Waddenfonds (22 maart 2011)
De Waddenprovincies Groningen, Friesland en Noord-Holland kunnen vanaf 1 januari 2012 zelf beslissen hoe de middelen van het Waddenfonds (WADDEN) worden besteed (zie ook het bericht van 10 februari 2011). Minister Schultz Van Haegen (IenM) heeft in een brief aan de Tweede Kamer de verdere uitwerking van de decentralisatie van het Waddenfonds uit de doeken gedaan.
De doelen en het werkingsgebied van het fonds worden gehandhaafd, evenals de fifty-fifty-verdeling ecologie-economie en het principe van financiering van projecten door meerdere partijen. Deze vier uitgangspunten zullen nog worden vastgelegd in een bestuursakkoord tussen het Rijk en de provincies.
Vanaf 2012 gaan de provincies werken met een beperkt aantal grote programmalijnen binnen de vastgestelde doelstellingen en het uitvoeringsplan Waddenfonds 2010-2014.
Er komt een Regiecollege Waddengebied met een zwaarwegende adviesrol over de besteding van de middelen van het Waddenfonds. De ministeries van Infrastructuur & Milieu en van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie hebben zitting in het college.
Budget
Voor 2011 kunnen de Waddenprovincies - vooruitlopend op de decentralisatie - maximaal € 33 miljoen uitgeven. Zij zullen dat zelf organiseren in de regio.
Het beschikbare geld wordt uitgekeerd als decentralisatie-uitkering van het provinciefonds, dus het blijft een apart budget. De provincie Friesland wordt de penvoerder. Het geld blijft bij elkaar in één pot. Met ingang van 2012 bedraagt het saldo van het Waddenfonds nog ongeveer € 490 miljoen.